Meest voorkomende aantastingen:
Wolluis
(Pseudococcus):
wit-grijze wollige diertjes van 2-4
mm lang,
familie van de pissebedden. Deze diertjes zitten zowel op de plant als
aan de grens aarde met plant.
Liefst wordt
hier een systeemgif gebruikt + een volume van een vingerhoed
afwasmiddel. Dit alles in juiste dosering in de vernevelingspuit
brengen van 1 liter. Plant en grond vernevelen en gedurende 2
tot3
weken wekelijks herhalen.
Wortelluis
(Rhizoecus):
Ongeveer een 2 tal mm en leeft op de wortels van de planten, waar ze
zich voeden met de wortelsappen. Met als gevolg dat de plant niet meer
groeit en of bloeit en soms met het afsterven van de plant tot
gevolg.Het best dezelfde behandeling als bij de Wolluis.
Rode Spint of
spintmijt (Tetranychus urticae):
Rode
mijten van 0.20-0.50mm. We zien op de planten of segmenten een grijze
waslaag die langzaam over gaat in bruine vlekken.
Bestrijden als bij de Wolluis.
Schildluis:
Heeft de vorm van bruin-grijze schildjes waaronder de diertjes en
eitjes zitten. Best is een systeemgif ter verdelging.
Aaltjes of
Nematoden:
Op de
wortels kan men heel kleine knobbeltjes zien waarin de diertjes leven.
Best is de aangetaste wortels wegsnijden en de wortelkluit in water
van 50-60°C onder te dompelen. Zeker niet hoger dan 60°C want dan
sterven onze wortels af.
Pissebedden:
Je
kunt deze dieren best manueel bestrijden door goede hygiëne in de
serre en een uitgeholde aardappel omgekeerd op de grond te leggen,
waaronder ze zich gaan nestelen.
Slakken:
Deze
kan je best manueel bestrijden en ze daarna doden met zout. Gebruik
zeker geen slakkenkorrels,deze zijn immers heel giftig voor het
milieu. Deze dieren kunnen op heel korte tijd enorme schade
veroorzaken aan uw collectie.
Schimmels:
Door
te hoge luchtvochtigheid en onvoldoende hygiëne ontwikkelen zich
binnen de kortste tijd schimmels. Bestrijding: maken dat er heel veel
licht is, de luchtvochtigheid verminderen door goede ventilatie en
verdorde plantenresten direct te verwijderen. Eenmaal een schimmel is
vastgesteld zal deze moeilijk te verwijderen zijn.
Voetrot:
Ontstaat door te vochtige omgeving.
Brandvlekken:
Witte
tot gele vlekken die dan bruin gaan worden. De oorzaak is meestal door
de planten van te weinig licht naar fel licht te brengen. Wat dus
meest voorkomt na het terug plaatsen van de cactussen in de serre na
hun winterrust. Dus moet je hier de planten op een eerder beschaduwde
plaats zetten gedurende 2-3 weken.
Koudevlekken:
Men ziet op de plant bruine,
rotte
plekken waarvan de oorzaak is: te veel tocht of te koud.
Bleke planten met lange stengels, scheuten:
Door
de planten in een te donkere omgeving te plaatsen gaan ze lange bleke
scheuten vormen om op zoek te gaan naar licht om zo te kunnen
overleven