Stappenplan van het stekken:
1. Kies een
pot met een diepte van ongeveer 15 cm, met een gat voor de
afwatering.
2. De
onderste laag van de pot (ongeveer 1/4 deel) moet worden gevuld
met een grof grondmengsel. Meng hiervoor fijn grind met akadama
(een kleisoort, te koop bij elke Bonsai handel) in de verhouding
1/2 + 1/2.
3.
Op de onderste laag komt een laag met akadama, fijn grind en
potgrond, in de verhouding: 1/2 + 1/4 + 1/4. Deze laag komt tot
ongeveer 3 cm onder de potrand te liggen.
4.
Praktisch elke boomsoort laat zich goed stekken, kies voor het
stekken een gezonde en levenskrachtige boom uit. De stekken moeten
normaal gesproken ongeveer 5 tot 10 cm lang zijn, met een dikte
van enkele milimeters. Het beste is om de top van een kleine boom
of het uiteinde van een gezonde tak te gebruiken. Snij de stek af
en denk eraan dat ongeveer 1/2 van de lengte in de grond moet
steken. Zie foto 1

5.
Snij het uiteinde schuin af om de wateropname te bevorderen. Als
de stek veel bladeren heeft is het verstandig om er een aantal af
te knippen. Zie foto 2
6. Steek de
afgesneden stekken voor ongeveer de helft in de grond. Laat genoeg
ruimte over tussen de stekken zodat de blaadjes elkaar later niet
in de weg zitten. Er mogen geen bladeren onder de grond zitten. Zie
foto 3
7. Spoel
een flinke hoeveelheid water over het stekbed, doe dit met een
fijne sproeikop en zorg ervoor dat er geen grond wordt weggespoeld
De
Nazorg
Plaats de pot buiten, op een zonnige plek, liefst beschut tegen de
wind. Het stekbed moet vochtig worden gehouden, maar zeker niet
nat. Voel dus even met een vinger hoe vochtig de grond is. Na een
jaar kunnen de stekken apart worden gezet, gebruik bij het
verpotten wel een deel van het originele grondmengsel. Zie foto
4