Bonsai is
een Japans woord dat uit twee delen bestaat: bon betekent platte
schaal, sai staat voor boom. Het wordt meestal vertaald als
‘Boom in pot’. Echter niet zomaar een verhoutende plant in een
schaal. Boom en pot moeten samen een harmonisch geheel uitmaken, en
verwijzen naar de natuur. Een geslaagde bonsai wekt een gevoel van
bewondering en schoonheid. Men spreekt dan ook van Bonsai-kunst.
Geschiedenis
De oorsprong van bonsai ligt in
China. Reeds in het begin van onze tijdrekening haalde men in de
natuur, vooral in de bergen, boompjes die door extreem moeilijke
groeiomstandigheden klein waren gebleven. Men leerde later steeds meer technieken om, bij normaal beschikbare gewone bomen,
dwerggroei
te bekomen. Er ontwikkelden zich verschillende bonsaischolen met eigen
vormgeving.
Rond het jaar 1000 nam uitvoer
naar Japan toe. Daar verfijnde men nog meer de technieken.
Bonsai werd als kunst erkend en werd algemener.
Tegen het
einde van de jaren 1800 kwamen er bonsaikwekerijen, waarvan sommige
nog bestaan.
Rond 1900 kwamen in Japan de
eerste bonsaishows op gang. Ze staan tot vandaag hoog in aanzien.
Vanuit het westen kwamen
reeds eeuwen geleden de eerste (handels)kontakten met Japan tot stand. Men
maakte er ongetwijfeld kennis met bonsai. Toch duurde het tot na de
tweede wereldoorlog voor bonsai, eerst in Amerika, en later via
Engeland ook in Europa beoefenaars kreeg. De oudste
bonsaiverenigingen in de lage landen zijn nu zowat 30 jaar oud.
Japan is nog steeds het
Bonsai-land bij uitstek.
Binnen- en buitenbonsais
Stilaan weet iedereen dat
bonsais niet één of andere miniatuur boomsoort zijn, maar door speciale
technieken kleingehouden gewone bomen.
|
Echte bonsailiefhebbers geven de
voorkeur aan “buitenbonsais”: winterharde boomsoorten die alleen
bij strenge en aanhoudende vorst in een beschutte omgeving worden
ondergebracht. Werken met inlandse boomsoorten heeft het voordeel
dat deze volledig aan ons klimaat zijn aangepast.
Toch worden ook bonsais
aangeboden ter verfraaiing van het interieur: de “kamer- of
binnenbonsais”. Ze worden ingevoerd uit subtropische streken
van het verre oosten. Daar worden deze boompjes met commercieel winstdoel
op grote schaal gekweekt. Echte bonsaikwaliteit is meestal niet het eerste
oogmerk. Na aankoop zijn er dikwijls aanpassingsproblemen. Zowel
voor de boom die in minder gunstige omstandigheden gehouden wordt, als
voor de onervaren bezitter die niet goed weet wat hij moet doen als hij
abnormale verschijnselen bij zijn boom opmerkt.
|

Ulmus major; bergiep of ruwe iep
16 jaar
van zaailing, volle grond tot lente 2000
|
Slaagt men erin de eerste
aanpassingsperiode door te komen dan kan men veel genoegen beleven
aan de verzorging van zijn boom. Dagelijkse zorg en aandacht zal
beloond worden met een steeds mooiere en waardevollere boom.
Zorg voor bonsai,
tuinbouwprincipes
Bonsais zijn ‘gewone’
planten en hebben dus gelijkaardige zorgen nodig als hun
soortgenoten in de courante tuinbouw. Ken je de gewone eisen van en zorg
voor de soort waartoe uw boom behoort dan ben je al een heel eind
op weg. Je dient daarboven ook rekening te houden met een aantal specifieke behoeften die ontstaan doordat de boom slechts een minimale
hoeveelheid grond ter beschikking heeft en een aantal speciale ingrepen
ondergaat.
Bonsai stijlen
Vooral de in Japan ontwikkelde vormgeving van bonsais wordt in het Westen gevolgd. Bomen in de
natuur kunnen verschillende vormen aannemen, vooral onder
invloed van de groeiomstandigheden. Ze groeien vrijstaand of
in groep. Door observatie hiervan zijn een aantal ‘stijlen’
benoemd. Men ontwikkelde voor elke stijl aangepaste vormingsregels,
die als men ze volgt tot een harmonisch geheel leiden.
Stijlen voor alleenstaande
bomen zijn: rechtopgaand, gebogen opgaand, hellende stam, cascade(hangend)
en half-cascade, bezem (veel takken die vanuit dezelfde plaats op de stam
ontspringen) enz. |

Acer
buergerianum -
drietandesdoorn
uit stek, opgekweekt door clubgenoot
|
Voor meerdere bomen:
tweestam, driestam, vijfstam,enz. Harmonisch ogen onpare aantallen beter.
Zodra men niet meer spontaan ziet over hoeveel bomen het gaat, spreekt men
van een bos.
Bonsai afmetingen
Naar gelang de grootte worden
bonsai ingedeeld in verschillende categorieën: een gemiddelde
bonsai is tussen de 30 en 60 cm groot.
Zeer kleine (zelfs
vingerhoedgrote)
bonsais noemt men ‘Mame
bonsai’. Beneden 21 cm
spreekt men van ‘Shohin’. Er is een tendens zeer grote,
indrukwekkende bonsais te vormen, maar een “gewone” bonsai is verfijnder.
Hoe kleiner de bonsai, hoe moeilijker de vormgeving.
|

Aesculus hippocastanum - paardekastanje
in opbouw, van zaailing, 17j, 4j.
in schaal
|
Verenigingen.
In Nederland is er “ De
Nederlandse Bonsai Vereniging”
Vlaanderen heeft de “Vlaamse
Bonsai Vereniging”
Beiden werken met regionale
afdelingen.
-
Overkoepelend voor Belgie: “
ABBC”, de Vereniging van Belgische Bonsai Clubs
-
Er is ook een overkoepelende
Europese vereniging, op haar beurt aangesloten bij de wereld bonsai
federatie;
-
Er zijn ook (commerciële) clubs
op initiatief van bonsai handelaars.
Paul’s Bonsai-Site:
Paul’s
bonsai-microbe is een vrij recente ‘variant’. Toch heeft hij de gegevens
die hij als leerzaam en nuttig voor zichzelf, (en waarschijnlijk
dus ook voor andere beginners,) heeft ervaren, op een Web-site geplaatst.
|

Ficus retusa
commerciele bonsai, bezem, gekozen voor
wortelaanzet en rechte stam |
|
Ivan,
heeft een wat langere bonsai ervaring, vooral met het zelf opkweken en
vormen van inlandse bomen. Hij wil de hierbij opgedane kennis graag
aan Paul’s initiatief toevoegen. Beiden hebben bonsai als hobby,(geen
specialisten). Toch willen ze meewerken aan
ons “Hofmeester
tuinsite” en engageren
zich blijvend aandacht te hebben voor beginners. Maar ook voor de
bezitters van slechts één of een paar bonsais, die zonder dit tot
een echte hobby te maken, toch wat verzorgingstips willen.
Meer uitgebreide informatie vind
je dus op: <PAUL’S BONSAI-SITE>
|
 |
|