|
In
de mate van het mogelijke laten we – ook in de open ruimte – ons
tuinbeheer zoveel mogelijk over aan natuurlijke processen. En om
dat te bereiken is er eigenlijk maar één optie: het bedekken van
de bodem …
Bedekken van de bodem
Schoffelen of harken verstoort de bodem en legt hem
opnieuw kaal. Logischerwijze komt de successie terug op gang!
Dezelfde ongewenste pionierskruiden waartegen je schoffelt, komen
even vlug en massaal weer terug. De onwetende tuinier bestempelt
ze al gauw als ‘onkruid’. En hop, hij kan opnieuw beginnen te
harken of te schoffelen. Of erger: bestrijdingsmiddelen gebruiken.
Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden
genoemd. Men maakt een onderscheid tussen:
-
herbiciden (producten die planten verdelgen)
-
fungiciden (producten tegen schimmels en
zwammen)
-
insecticiden (producten tegen insecten)
In een ecologische siertuin gebruikt je geen
bestrijdingsmiddelen.
Werk
mee met de natuur. Om ongewenste kruiden voor te zijn, hoef je
enkel de bodem te bedekken met de planten die je zelf kiest.
Volgens de functie van de plek in je tuin, kies je voor lang of
kort gras, bloeiende borders of een beplanting met struiken en
kruiden. Bodembedekkende planten besparen je tegelijk heel wat
werk en tijd.
Longkruid:
een prachtige bodembedekker
Praktisch
Na bouw- of verbouwingswerken ligt je tuin vaak braak op een
bestemming te wachten. Die naakte grond is uiteraard de ideale
kiemplaats voor ongewenste pionierskruiden. Om onkruid (en gebruik
van herbiciden) te voorkomen, kun je tijdelijk een fraai
bloemenmengsel van eenjarige planten zaaien.
Een permanente bodembedekking voor de open ruimte
kan met grassen, vaste planten of heesters. Uiteraard kies je je
planten binnen de randvoorwaarden van jouw tuin!
(spelregel: ‘de juiste plant op de juiste
plaats’).
Gebruik ook steeds combinaties van bodembedekkende planten. Dan
wisselen bloei en groei voortdurend af. Het oogt gewoon ook
mooier. Bovendien heb je toch nog resultaat als een bepaalde soort
niet ‘pakt’.
Enkele voorbeelden:
In halfschaduw tot schaduw
De combinatie gewone klimop, kleine maagdenpalm en kruipend
hertshooi doet het goed in de halfschaduw tot schaduw. Het zijn
drie soorten met een kruipende habitus, een sterke groeikracht en
goede bodembedekkende eigenschappen.
De combinatie van de drie levert een
bodembedekking op die beter sluit dan wanneer je één plantensoort
gebruikt. De plaats wordt in alle seizoenen en weersomstandigheden
ten volle benut.
In halfschaduw
De combinatie lievevrouwebedstro, Kaukasisch
vergeet-mij-nietje en prachtooievaarsbek is ideaal voor de
halfschaduw.
In
lichte schaduw
De combinatie gele dovenetel, dagkoekoeksbloem en grote muur
is geknipt voor de lichte schaduw.
Wanneer wel / wanneer niet?
Is schoffelen dan volledig uit den boze?
Uiteraard niet! Schoffelen is in een ‘imitatie’ van een
pioniersvegetatie nog steeds noodzakelijk tegen alle ‘ongewenste’
kruiden.
Uiteraard schoffel je bijvoorbeeld in de moestuin, omdat de
moestuin per definitie een kale bodem met eenjarige planten
(groenten) is, een pioniersmilieu dus, waarin alles wat niet
groente is uiteraard ongewenst is! Ook schoffelen in een
bloemenborder met eenjarigen kan uiteraard! Maar in de rest van de
siertuin hark en schoffel je in de regel niet!
Zie ook de voorgaande
delen:
|