|
Als plant kan je de artisjok best als een reusachtige distel
beschrijven. De bladeren zijn zilvergroen, diep uitgesneden en dragen
enkele stekels.
De plant wordt al snel één tot anderhalve meter groot. Hij draagt
bovenaan één grote centrale bloemknop, die tot 10 a 15 cm in doorsnede
kan worden. Op de zijscheuten verschijnen nog enkele kleinere
bloemhoofdjes. De lant bloeit in de nazomer. Het overblijvende deel
van de plant is de wortel die elk jaar vele nieuwe scheuten vormt.

Teeltwijze.
Wie voor de eerste keer artisjokken wil zetten, zal ofwel zaad kopen,
ofwel stekken nemen bij een bevriende tuinier. Eens je artisjokplanten
in je tuin hebt staan, moet je er alleen voor zorgen wortelstekken te
nemen van 2 of 3 jaar oude planten en de planten ouder dan 3 jaar
op te ruimen.
Zaaien
Onder warm glas zaai je in februari - maart, rechtstreeks in potjes,
of eerst in een bakje en later verspenen in potjes. In mei plant je
buiten uit en je oogst dan in september of zelfs in oktober.
Je kan ook buiten, ter plaatse zaaien, begin mei, op 100 x 80 cm. Zaai
telkens 3 plantjes bij elkaar en houd alleen de sterkste over. In dit
geval kan je pas het jaar daarop voor het eerst oogsten. Een strenge
selectie is in elk geval een absolute vereiste: zoek gedrongen
plantjes uit, met zo weinig mogelijk stekels.
Uitplanten.
In de lente ( april ) snij je goed ontwikkelde scheuten met een scherp
mes van een volwassen plant. De scheuten moeten ongeveer 25 cm lang
zijn en er moet een stukje wortel aan zitten. Als je de moederplant
wil behouden, moet je er minstens 3 scheuten aan laten staan.
De afgesneden stukken plant je in potten die je onder glas plaatst. Ze
hernemen dan gemakkelijk hun groei en vormen wortels en blad. Deze
nieuwe plantjes plant je in mei buiten uit op de gebruikelijke
afstand. Op deze manier bekom je vele plantjes van één moederplant.
Je kan de plant ook scheuren door hem in de lente met een spade in
enkele stukken te steken.
Rassen.
Als we bij artisjokken van rassen spreken, moeten we daar wel meteen
bijzeggen dat die niet zaadvast zijn. In een zaaisel vind je dus
altijd erg verschillende plantjes, waaruit je moet selecteren. Het ras
bij uitstek is de 'Grote Groene van Laon'. Daarnaast zijn ook de
'Grote van Napels', 'Vroege groene' en 'Green Globe', 'Romanga' en
'Violette' te koop.
Bodem en bemesting.
Artisjokken vragen een warme, goed bewerkte en bemeste grond. Het
verdient aanbeveling rijpe compost in de plantgaten te brengen en elk
voorjaar rond de plant wat compost oppervlakkig in te werken.
Teeltzorgen.
Voor de winter invalt moeten de planten een degelijke bescherming
krijgen, anders vriezen de wortels bij flinke vorst kapot. Je kort de
bladeren in tot 25 cm, bindt ze tegen elkaar en aardt de planten aan.
Bevestig een vel plastiek rond het geheel of maak er een aarden
walletje rond.
Enkele scheuten in grote bloempotten overplanten en onder koud glas
laten overwinteren is een andere mogelijkheid.
In maart mag de bedekking er weer af en steek je de grond rondom los.
De plant vertakt elk jaar meer en meer, zodat er steeds meer, maar
kleinere bloemhoofdjes gevormd worden. Om dat enigszins tegen te gaan
dun je in het voorjaar uit tot er 3 scheuten overblijven.
Oogst.
Van eenjarige planten die in het vroege voorjaar gezaaid werden, kan
je oogsten in september of oktober; van de later gezaaide niet. Van
eenjarige stekken kan je dan weer wel hetzelfde jaar nog oogsten.
Twee- en driejarige planten geven hun oogst soms al vanaf juli,
meestal in augustus of september.
Eerst knip je het centrale bloemhoofd af en later de kleinere
zijknoppen. De bloemhoofdjes moeten nog goed gesloten en groen zijn;
maar wel zo groot mogelijk.
Te laat geoogste artisjokken hebben taaie schutblaadjes. Na de oogst
snij je de bloeistengel tot tegen de grond weg. Artisjokken eet je zo
vers mogelijk.

Ziekten en plagen.
Vooral in koude, natte zomers kunnen de planten last krijgen van
schimmelziekten, o.a. van meeldauw, grijsrot en bruine plekken op de
bloemhoofdjes die later verdrogen. Als insecten signaleren we de
bladluizen en oorwormen. Deze laatste kruipen in de hoofdjes.
Tenslotte vreten veldmuizen in de herfst en winter soms aan de
wortels, waardoor de plant los komt te staan.
zie ook:
|