|
Het
mooie herderinnetje Amaryllis, uit Virgilius verzen, dat door haar
bloed te laten vloeien, een nieuwe bloem uit de dorre grond deed
ontluiken, was aanleiding voor Linneus om de nieuw ontdekte plant
uit Zuid-Afrika haar naam te geven. Inderdaad, de Amaryllis
belladonna bloeit vooraleer de bladeren te voorschijn komen.
De Engelsen noemen haar heel toepasselijk: naked lady.
De
lange en stevige bloemstengel, waaraan 3 tot 5 grote, lelievormige
bloemen komen, die heerlijk geuren, verschijnt in het najaar
(september - oktober). Na de bloei vormt dit bolgewas een
bladrozet van vlezige zwaardvormige bladeren van 20 à 30 cm lang,
die doorgroeien tot in mei en dan langzaam verdrogen. Dit is de
groeicyclus van heel wat Zuid-Afrikaanse bolgewassen die in een
klimaat van natte, zachte winters en droge, hete zomers gedijen.
De
Amaryllis belladonna is de enige in het genus (soort) en
ook de enige die de naam Amaryllis mag dragen. Wat deze
plant gemeen heeft met de Zuid-Amerikaanse Hippeastrum (die
nog altijd hardnekkig Amaryllis wordt genoemd) is dat ze
beiden van de familie van de Amaryllidaceae zijn. Verder is
er geen overeenkomst.
Wie
de Amaryllis in bloei wil zien, moet wel even geduld
opbrengen, want de bol moet eerst voldoende groot zijn en enkele
jaren ongestoord op dezelfde plaats staan. Ik heb zelf 4 jaar
moeten wachten op de eerste bloei, maar zoals bij zoveel
liefhebbersplanten is de voldoening om uiteindelijk deze prachtige
bloemen in de tuin te hebben, in evenredigheid met het lange
wachten en verzorgen.
In
het land van herkomst waar de bollen in grote aantallen groeien
tussen en onder het struikgewas aan de rand van het bos, bloeien
ze maar spaarzaam. Alleen na een bosbrand en als het in de herfst
begint te regenen, komen de bloemen massaal te voorschijn en
verandert het landschap in een enorme bloemenzee en de zoete geur
is mijlenver nog te genieten. Dit spektakel trekt iedere keer een
massa kijklustigen. Het kleurengamma varieert van zuiver wit over
roze tot diep donkerrood.
In
de tuin is er wel geen brand nodig om de Amaryllis in bloei
te krijgen. Een warme standplaats met veel zon en in de lente een
bemesting met een goede kaliumhoudende meststof geven de plant
dezelfde condities. In het najaar een goede organische meststof
zorgt voor de groei van de plant.
Er
is ook heel wat tegenstrijdigheid omtrent de winterhardheid en in
de meeste literatuur wordt de Amaryllis gekenmerkt als
potplant. Bij mij staan ze reeds 6 jaar in de tuin in volle
(zand)grond. De eerste jaren heb ik ze afgedekt met stro en
jutezakken van zodra er vorst aangekondigd werd, maar de laatste 2
winters heb ik ze helemaal niet meer afgedekt en met een –10 als
minimumtemperatuur zijn ze allemaal onbeschadigd verder blijven
groeien. Alles hangt natuurlijk af van de standplaats (niet
blootgesteld aan de koude oostenwind) en de grondsoort (van natte
gronden houden ze niet).
De
beste periode om de grote, vlezige bollen te planten is in de
herfst, met de neus van de bol juist onder de grond, in humusrijke
grond die op dat moment nog warm genoeg is, zodat ze nog een flink
wortelgestel kunnen vormen en een bladrozet kunnen ontwikkelen
vóór de winter. Daarna kunnen ze vele jaren op de zelfde plaats
blijven staan. De bollen vermeerderen weinig of niet, de meest
gebruikte methode om ze te vermeerderen is het in stukken snijden
van de bollen en op een warme plaats opkweken.
Het
duurt dan wel minimum 6 jaar vooraleer ze bloeien. Vermeerderen
door zaad mag je in ons klimaat wel vergeten, want wanneer de
bloemen uitgebloeid zijn en er eventueel zaad zou gevormd worden
is de winter gewoonlijk al ingetreden.
De
Amaryllis belladonna is te koop bij de gespecialiseerde
bloembollenverkopers en is tamelijk duur, maar voor vele
tuinliefhebbers is dat geen reden om deze exotisch ogende planten
niet in de tuin (of in een pot) te zetten.
|