De aardappel: Solanum tuberosum. (Solanum komt van
solanine de giftige
stof
die in de vrucht zit, niet in de knol).
De Latijnse benaming Solanaceae zou staan
voor "troostrijke knol".
Familie: Nachtschadigen
Afkomst: vanuit het Andesgebergte in Zuid-Amerika
---> Later ingevoerd in Spanje, en nadien verdeeld in
Europa.
Soorten: Bintje, Nicola, Santé, Escort, Raja, Agria, Milva, Fresco,
Première, Accent,
Eersteling, Désirée, Rosa, Charlotte, Allure, Texla,
Eba,....
Vermeerdering: gebeurd vegetatief.
Zelf pootgoed winnen kan, doch het is niet
makkelijk als kleine tuinier
de knolletjes op temperatuur te houden!
Overschot van kleine aardappeltjes kan je
ook aanwenden,
doch deze bevatten soms ziekten of
schimmels.
Tip: Neem maximaal 1 keer pootgoed van je
eigen aardappelen.
Bloeiwijze: De bloemen zijn wit tot violet, paars van kleur en
staan in bijschermen.
Een bloem bestaat uit 5 vergroeide
kelkblaadjes.
De kleine "bolletjes" die op kleine
tomaatjes lijken zijn eigenlijk de vruchten
deze zijn zeer giftig. (bij tomaat dan juist
weer niet!).

Pootmaat in mm:
- 25/28 de kriel
- 28/35 de driel
- 35/40 middel
- 40/45 middel
- 50/55 bonk
Teelt: vroege, halfvroege, halflate tot late soorten. Data afhankelijk
van de soorten.
Opgelet: loofsterfte kan reeds vanaf -1°C.
- vroege aanplanting kan vanaf midden maart tot midden april. (weinig
ziekten, doch vriesperiode).
---> max. 3 maanden op het veld staan
- halfvroege vanaf midden maart tot einde april.--->
max. 5 maanden op het veld staan
- halflate begin april tot einde
april
---> max. 5 maanden op het veld staan
- late vanaf april tot einde mei
----> max. 5 1/2 maanden tot loofsterfte
Let op: plant slechts 1 maal om de 4 jaar aardappelen op hetzelfde perceel.
(teeltafwisseling of wisselbouw).
Hou tevens rekening met andere nachtschadefamilies (tomaat, paprika, pepers, aubergine,tabaksplant,
bilzekruid,...)
Gebruik resistente pootsoorten, deze geven minder kans op
ziekten.
Bemesting:
Alvorens we over gaan tot het poten van de pootaardappel,
moeten we eerst de grond voldoende verrijkt hebben met verteerde stalmest.
Soms hoor je ook al eens spreken van composttoevoeging,
daar dit zorgt voor het vasthouden van vocht bij zandige bodems.
Ikzelf ben er eigenlijk geen voorstander van, daar compost dikwijls
schimmels en
andere ziekten bevat die
bij regenweer
makkelijk opspat
op het loof. Dit kan op zijn beurt voor allerlei ziekten zorgen.
De normale bemesting doen we op het eind van het seizoen, net voor de winter
komt opzetten. We verdelen de mest over de grond en werken dit onder met een riek,
de wormen zullen de rest wel verder doen. Het is heel belangrijk de grond
niet om te
ploegen, daar zo de bacteriebodem optimaal blijft. (aërobe en anaërobe).
Als de grond echter te "hard" is,
kan je eerder wel de bodem omzetten ! Tijdens de vriesperiode zal de grond
bevriezen
en de kluiten automatisch doen breken.
Zwaardere gronden zijn ideaal voor aardappelen, terwijl zandgronden sneller
opwarmen
maar tegelijkertijd snel uitspoelen. (Voedingsnutriënten verliezen.)
Een kaliumgift komt steeds ten goede voor een smakelijke en stevigere
aardappel.
Een goede ph-waarde voor de bodem = pH 5 tot 6.
Voorkieming:
Het belangrijkste van de teelt is de voorkieming van de poot. (= 28
tot 35 mm)

Door dit toe te passen versnel je niet alleen de teelt, maar krijgen de planten
ook veel meer zekerheid om te overleven.
Het kiemen gebeurt een goeie 4 weekjes voor het planten, op een lichte
plaats en
best bij een temperatuur van 9 tot 12 graden.
Zodra de ogen zijn gevormd (klein en hard), kan afharding
onder de 9 graden plaats vinden! Indien afgehard buitenshuis, moet je wel opletten voor mogelijke
plotse vrieskoude.
Je kan evengoed pootaardappelen de grond insteken zonder zichtbare ogen, maar
dan zal de oogst wel een kleine drie weken later plaats vinden.
Grote aardappelen kunnen in twee gesneden worden, op voorwaarde dat je de
aardappel
enkele dagen
laat drogen. (Er vormt zich dan een kurklaagje over de
"wonde").
Eerste zorgen:
Zodra het voorjaar komt opdagen, beginnen we met onze grond te effenen.
We doen dit men een schoffel.
Plan eerst waar je de aardappelen gaat zetten, voor de beste opstelling qua
zonlicht.
(Opgang en ondergang, verluchting, maximale belichting).
Vervolgens gaan we onze plantrijen aanmaken met een voortrekker.
De voren kunnen best breed genoeg uit elkaar staan.
De afstanden zijn ook afhankelijk van de soort, vb.: de primeur en
eersteling hebben
niet zo'n bladontwikkeling t.o.v. Agria die makkelijk 2,5 m² nodig heeft per
plant.
Vroege pooters benutten volgende afstand: 50X40 cm.
Latere soorten makkelijk 70X 40 cm of meer.
Eens de voren klaar zijn kunnen we beginnen met de aardappelplanter kuiltjes
te maken
en de poter erin plaatsen. Vervolgens de kuiltjes terug ophopen.
Tip: vanaf nu kan je al "bergjes" maken (vakterm = ophopen), dit geeft
al wat respijt
en minder werk voor later. (rechtstreeks op ruggen telen kan ook).
Van zodra de planten boven komen (tussen de 10 a 20 cm), kan je een tweede
aanaarding voorzien.

Het aanaarden gebeurd d.m.v. een hark en beschermd later de ondergrondse
knollen die anders
groen zouden worden door het licht. Groene aardappelen bevatten solanine wat giftig is voor de mens!
Weetje: het afvriezen van het loof bij een vroege aanplant, is niet altijd
nefast!
Vervolgens zullen blinde ogen terug uitlopen, met een ietwat mindere en
latere oogst.
Het enige wat nu rest is vooral onkruidonderdrukking, totdat de planten
groot genoeg zijn.
(ophopen = onderdrukken van onkruid).
Mulching mag altijd, dit zorgt ook voor een betere vochthuishouding.
Verdere groei:
De plant loopt nu verder uit tot een volwassen exemplaar en zal tot slot
over gaan tot bloeiwijze.

Vanaf de bloeiperiode gaat de knol (ondergrondse stengel of stolonen
genoemd) dikker beginnen worden.
Deze cruciale fase in de zomerperiode is vooral belangrijk bij watertekorten!
Voorzie daarom watergiften bij langdurige droogte. (enkel indien echt nodig!)
Tekorten van water leiden soms tot glazigheid of doorwas. Dit is een
automatische reactie
van de plant, hierbij gaan de reeds bestaande knolletjes op hun beurt nieuwe
knolletjes aanmaken.
M.a.w.: het vocht dat onttrokken wordt uit de eerste knollen geeft deze
glazigheid tot gevolg.
De oogst:
Dit doe je best op een mooie zonnige dag!
Het oogsten gebeurt ten vroegste na de bloei en ten laatste een tweetal weken
na de loofsterfte.
Zo harden de aardappelen af d.m.v. een kurklaagje (schil) dat aangemaakt
wordt ter bewaring.
Hoe gaan we te werk:
Met voldoende afstand v/d plant gaan we de spitriek onder de aardappelen steken
en vervolgens oplichten. (ervaring kan helpen).
We halen vervolgens ALLE aardappelen weg, daar achterblijvers het volgende jaar voor groot
ongemak zorgen.
Selecteer de slechtere of aangestoken aardappelen van de goeie. (Vakterm =
lezen van de aardappel).
Gebruik gestoken aardappelen voor onmiddellijke consumptie en de gave
aardappelen laat je vervolgens
enkele uren op het veld liggen. Zodoende deze kunnen drogen vooraleer op te
slaan.
Na droging bergen we de aardappelen op in een kelder en zie vooral dat er
geen licht aan te pas komt!
Zorg ook voor een goeie ventilatie, vooral in het begin! (een goeie
temperatuur is 4 a 5 °C.)
De vers gerooide aardappel verdampt
in het begin nog veel vocht! (Niet
afdekken is de boodschap).
Tip: het loof van de aardappel kunnen we beter niet op de composthoop
gooien, daar deze mogelijk besmet
kan zijn met de coloradokever of schimmels, e.d... en die zouden onze
composthoop alleen maar aansteken.
Weet ook dat aardappelen een goed diepbewerkte bodem met weinig voedingsstoffen
erin zullen achterlaten. Een goeie naplant zou bv. jonge (winter)- preiplantjes zijn, die zo
genieten van de diepbewerkte bodem.
Geef hierbij nog wel regelmatig een trage meststof.
Ziekten:
lakschurft (Rhizoctonia solani), ritnaalden, "glazigheid",
coloradokever
(Leptinotarsa decemlineata), schurft (Actinomyces), aardappelplaag (Phytophtora infestans), virusziekten,
poederschurft, aaltjes,
bladluizen, bruinrot, stengelnatrot, fusarium, zwartbenigheid,...
Tip: het planten van bepaalde Tagetes "Afrikaantjes", kunnen instaan tegen
bodemaaltjes.
Zie mijn vorig artikel van
Tagetes.
Wist je dat landbouwbedrijven eerder gespaard blijven van luizen op
de aardappel?
Dit komt door de matige en zoute weersomstandigheden aan de kust.
Weetje: men zou bezig zijn met natuurlijke producten (lokstof) te maken, om
de cystenaaltjes te onderdrukken of zelfs
totaal te vernietigen! In zulk geval wordt bodemmoeheid
uitgesloten.
Voedingswaarde: grootste deel bestaat uit water, kalium, calcium, magnesium,
ijzer,vitaminen B1, B2, C,
proteïnen en mineralen. Ze vormen een
onmisbare portie in ons dagelijks bestaan van vitaminen e.d.!
Keukentip:
Kook eens aardappelen in de schil, dit zorgt
ervoor dat de
vitaminen beter behouden blijven. Ook in smaak is er een groot verschil.
Aardappelen die sponsachtig worden, kan je een
tijdje in koud water leggen. Je zal zien dat ze zich volzuigen
en terug harder gaan aanvoelen.
Aardappelen die veel zetmelen bevatten barsten veel
vlugger uit hun schil tijdens het koken t.o.v. vastkokende.
Bereidingen:
- Industrie: voor frieten en chips en alcoholbereidingen,
zetmelen, lijm, karton, capsules medicamenten,
kleiduiven, bio-plastiek, veevoer, inkt, azijn,
hondenbotjes, enz...
- Gewone keuken behoeft weinig
commentaar.