|
Blauwe regen is een winterharde, vrij sterk groeiende klimplant.
De blauwe regen werd vroeger onder kwekers “Glycine” genoemd.
De naam “Wisteria” is afkomstig van een Amerikaans
hoogleraar C. Wistar. Eens aangeslagen groeit deze klimmer vrij
sterk en kan tot 10 meter lange
takken geven. De plant
behoort tot de familie van de vlinderbloemigen (FABIACEAE)
waartoe ook bijvoorbeeld lupine en tuinboon behoren.
SOORTEN EN VARIËTEITEN
De twee voornaamste soorten, die ook vlot in de handel verkrijgbaar
zijn:
(1) Wisteria sinensis (afkomstig van China; Kanton)
(2) Wisteria floribunda (afkomstig van Japan, in het Japans “Fuji”
genoemd).
Er bestaan ook kruisingen van de twee voorgaande, hybriden, bekend onder
de naam:
(3) Wisteria x formosa
Een minder voorkomende soort is:
(4)Wisteria brachybotrys (syn. W. venusta).
U zal merken dat alle Wisteria’s niet alleen in blauw, maar ook uit
andere kleuren bestaan: van wit, blauw, roze, lila naar paars toe. De
bloeiperiode is van begin mei tot half juni, naargelang de variëteit.
1. WISTERIA SINENSIS
Deze is linksdraaiend (van onder naar boven bekeken), dus tegen de
wijzers in, dus tegen de zon in. Dit kan als controle dienen bij
aankoop.
Enkele voorbeelden:
- Wisteria sinensis: lila-blauw van kleur, de meest voorkomende,
goedgeurend, bloementrossen tot 20-25 cm. lang (aan te raden)
- Wisteria sinensis ‘Alba’: witte bloemtrossen, ongeveer 20 cm.
lang, late bloei
- Wisteria sinensis ‘Boskoop’; 25 cm. lang, lilablauwe, dikke
bloemtrossen
- Wisteria sinensis ‘Caroline’; donker violetpaars, tot 30 cm.
lange bloemtrossen, dikke trossen, geurend, vroegbloeiend
- Wisteria sinensis ‘Prematura’; roze bloemtrossen, bloeit als
jonge plant vrij snel, iets minder groeikrachtig (aan te raden)
- Wisteria sinensis ‘Rosea’; lilaroze bloemtrossen
Bij de meeste Wisteria sinensis variëteiten bloeien de bloemen vóór
het uitlopen van het blad. Het is aan te raden om geënte planten te
kopen of afleggers van oudere reeds bloeiende planten. Bij zaailingen
duurt het zeer lang eer men bloei heeft. Bij geënte planten moet men
eventjes de “wilde” takken verwijderen die zich onder het entmerk
zouden ontwikkelen.
2. WISTERIA FLORIBUNDA (FUJI)
Deze is rechtsdraaiend (van onder naar boven bekeken), dus wijzerszin,
dus met de zon mee. Over het algemeen goede groeiers, geschikt om grote
oppervlakten te bedekken, deze floribunda’s geven lange bloemtrossen.
De bloemtrossen ogen iets ‘ijler’ wegens hun lengte, en wat kleinere
bloempjes, maar zijn prachtig van op een verre afstand. De bloei valt
meestal na half mei. Sommige variëteiten bloeien voor het uitlopen van
het blad, andere als de bladeren al wat meer zichtbaar zijn. De bladeren
hebben elf tot negentien blaadjes.
Enkele voorbeelden:
- Wisteria floribunda ‘Longissima Alba’; zeer lange witte
bloemtrossen (aan te raden)
- Wisteria floribunda ‘Pink Ice’; lichtroze, matig lange trossen
(= ‘Hobeni’)
- Wisteria floribunda ‘Murasaki Noda’; violetpaars (tweekleurig)
- Wisteria floribunda ‘Black Dragon’(= Violacea Plena’); diep
violetpaars, gevulde bloem
- Wisteria floribunda ‘Macrobotrys’ (syn. Multijuga);
violetblauw, zeer lange trossen (aan te raden)
3. WISTERIA x FORMOSA
Hoge klimplant, met van rechts naar links windende takken,
rechtsdraaiend (van onder naar boven bekeken), met dertien tot vijftien
blaadjes per blad. Zeer mooie en bloeirijke Wisteria’s. Ze bloeien
snel als jonge plant.
De twee belangrijkste zijn:
- Wisteria formosa ‘Issai’; mooie bloemtrossen van 25 cm. lang,
diep lilablauw, zeer bloeirijk en reeds op jonge leeftijd, bloeit
lang! (aan te raden)
- Wisteria formosa ‘Issai Perfect’; diep lilablauw, langere
trossen, iets minder lang bloeiend dan voorgaande
4. WISTERIA BRACHYBOTRIS (synoniem W. venusta)
Zeer bloeirijke, matig hoge klimplant, met kortere maar vele
bloemtrossen. Na de bloei verschijnen lange bladeren. Deze plant wordt
in België nog niet zoveel aangeboden.
Enkele voorbeelden:
- Wisteria brachybotris ‘Alba’: (syn. W. b. ‘Shiro Kapitan’)
witte, korte bloemtros (mooi)
- Wisteria brachybotris ‘Purpurea’: mooie, purpere, korte
bloemtros
STANDPLAATS
De blauwe regen groeit graag met zijn takken in volle zon. In de schaduw
kan ook, maar toch moet je rekenen op minstens zes uur zonneschijn per
dag. Ze groeien best in een grond rijk aan organisch materiaal, niet
noodzakelijk rijk aan meststoffen. Ze houden wel van vochtige grond.
Indien je ze toch meststoffen wenst te geven, gebruik dan een meststof
met een hoog fosforgehalte om de bloei te bevorderen. De grond mag
echter geen kalk bevatten anders krijg je geel verkleuringen in het
blad. Het is best een blauweregen aan de oostkant, zuid- of westkant te
planten. Indien je blauwe regen in pot kweekt, mag deze buiten blijven
staan. Bij heel strenge winters de potkluit afdekken. Ook opletten voor
lentenachtvorst waarbij de prille bloemtros door de nachtvorst kan
geraakt worden.
GEBRUIK
Blauwe regen is zeer veelzijdig in gebruik! Als prachtige gevelklimmer:
in het voetpad of terras volstaat het om een tweetal tegels weg te nemen
en daarin te planten. De klimmer begroeit gemakkelijk paal, hekwerk,
pergola in hout of metaal, bogen, balkon en als begroeiing over het
tuinhuis. Een andere mogelijkheid is om zelf één stam op te kweken en
op 1,5 à 2 m. hoogte de plant in te snoeien, zodat er een
“treurvorm” ontstaat. Onze klimplant leiden langs horizontale draden
geeft een vertraging van de sapstroom en bevordert de bloemknopvorming.
Gebruik hiervoor dikke geplastificeerde ijzerdraad en een paar stevige
oogvijzen. De hoofdgesteltakken die langs de draden groeien kan je
vastleggen met groene plastiek aanbinddraad welke men in boomkwekerijen
gebruikt. Een alternatief is gewone koord maar dit dient wel jaarlijks
gecontroleerd te worden.
Opgepast! Let erop dat de takken zich niet rond de ijzerdraad wikkelen;
dit voorkomt problemen met ingroeien en afknappen der gesteltakken.
HET PLANTEN, OPKWEEK EN VERZORGING
De meeste blauwe regens die in de handel te koop zijn worden in pot
aangeboden. Let erop bij het planten de grond wat te verbeteren met
compost of daarvoor geschikte humusrijke potgrond. Zorg ervoor de entplaats niet onder de grond te steken, zodat latere “wildscheuten”
duidelijk zichtbaar zijn . Plaats een lange steunstok of paal en bind de
hoofdtak losjes tegen de steunstok aan. Je kan twee tot vier
hoofdgesteltakken behouden. De verlengingsgroei kan je jaar na jaar
verder leiden, tot de gewenste grootte is bereikt. Wisteria’s in pot
vragen een regelmatige bemesting (vooral hoog fosforgehalte) en
watergift. Zeer geschikt zijn W. formosa ‘Issai’ en W. sinensis
‘Prematura’, ook de overige soorten komen in aanmerking.
Wisteria’s in pot staan graag in de zon. Wisteria’s zijn weinig of
niet onderhevig aan ziekten en plagen.
BLOEI EN SNOEI
Blauwe regen bloeit op korte zijtakken van de hoofdgesteltakken.
We vinden deze jonge twijgen en bloemknopen ingeplant op
meerjarige takken. Het is van belang eerst de verlengenistakken
te leiden tot de gewenste lengte. Op de gesteltakken komen de
bloeitwijgen. Indien de bloembotten duidelijk zichtbaar zijn kan
men juist boven de bloeiwijze deze tak insnijden (april).
Ziet men geen bloembotten dan wacht men best tot
na de normale bloeiperiode om te snoeien. Het duurt wel drie jaar
eer we wat deftige bloei te zien krijgen, dus een beetje geduld.
Zomersnoei (augustus)
Naargelang de plaats die de blauwe regen mag innemen kan men in de
zomer, eind augustus, de plant wat insnoeien. De verlengenistakken
worden niet ingesnoeid. De nieuwe zijtakken van de
hoofdgesteltakken kunnen tot op 35 cm. terug gesnoeid worden.
Voorjaarssnoei (februari-maart)
Deze bestaat erin de takken die we in de zomer hebben ingekort,
nog verder in te snoeien tot op 10 à 15 cm. Onderaan deze twijgen
moet er uiteindelijk bloembot verschijnen. De uitgebloeide
bloeiwijze van het vorige bloei jaar mag men dan ook wegknippen.
Let erop geen oudere takken met bloemtwijgen weg te knippen.
VERMEERDERING
Vermeerdering kan gebeuren door zaaien, afleggen, enten en stekken.
Zaaien
Zaaien is niet aan te raden omdat we niet zeker zijn van de bloei, het
kan 10 jaar duren eer we wat bloeitrossen zien. Afleggen
Afleggen kan gebeuren door in juni een jonge, éénjarige twijg lichtjes
te verwonden, in te graven en te bedekken met grond. Voorwaarde is dat
de grond vrij vochtig blijft. In november kunnen we controleren of de
twijg is beworteld. Indien er voldoende wortels aan zijn, voorzichtig
uitgraven en de jonge plant van de moederplant losknippen. Daarna de
aflegger verplanten of inpotten. Een goede raad: vermeerder enkel
planten die rijk en vlug bloeien en waarvan je de naam zeker weet.
Enten
Enten wordt het meest door de beroepskweker toegepast. Het enten gebeurt
vaak op reeds ingepotte zaailingonderstammen tijdens de winterperiode (februari
- april). Men noemt dit enten uit de hand. De meest gebruikte entwijze
is de spleetent. Nadat de ent met bindelastiek is vastgebonden, wordt
deze volledig in de was gezet. De geënte planten worden in een
vorstvrije kas gezet om het samengroeien te bevorderen. Later worden de
gelukte enten verpot en aan een steunstok gebonden. Let er op enkel
enthout te nemen van gezonde, bloeirijke planten waarvan je de juiste
naam weet!
Stekken
Stekken kan ook door de liefhebber gebeuren. De stekperiode is mei-juni.
Men neemt stek van jong hout. Stekken kan in speciale stekgrond of in
een mengsel van 2 delen turf en 1 deel zand, onderaan de stek verwonden,
licht vochtig houden. Stekken nemen van planten die in de serre
geforceerd zijn zou een hoger slagingspercentage
opleveren.
De blauweregen is een bijzondere klimplant. Men moet wel wat geduld aan
de dag leggen om de eerste jaren de plant goed te verzorgen en te leiden
zonder veel bloei. Daarna worden we echter jaarlijks overvloedig beloond
met een overweldigende bloemenpracht! De moeite waard om te proberen.
Blauwe regen is echt een prachtklimmer met veel mogelijkheden!
|