Oorsprong:
Asperges deden hun eerste intrede in Egypte 5000 jaar v.C. en werden later
door de Romeinen
aangewend voor de medicinale krachten (officinalis =
apothekers erkenning).
Pas veel later werd de asperge toegepast in de culinaire sector.
We kennen de groene en witte soorten alsook de paarse.
Standplaats:
De aspergeplant komt inheems voor in onze duinen aan zee.
De planten zijn meerderjarig en vormen ondergronds
uitlopers (klauwen = vakterm ) die elk jaar opnieuw
voor verse asperges zorgen.
Ze kunnen een hoogte bereiken van 2 meter en
onderscheiden zich in mannelijke en
vrouwelijke planten. Dit laatste is belangrijk om een
maximale opbrengst te kunnen bekomen.
Ze staan op een "vast bed" in de groentetuin en hebben
een korte productieperiode.
Dit wil zeggen dat er vanaf eind april t.e.m. juni asperges
gestoken kunnen worden voor consumptie.
De betere plaats is dan ook een zandbodem die snel
opwarmt.
Probeer het "plantbed" dan ook zodanig in te plannen
dat de zon een volledige dekking geeft.
Na het 12de jaar worden de aspergeklauwen verwijderd,
daar deze enkel taaie loten
produceren die niet meer aan te wenden zijn voor
culinair gebruik.
Zet daarna op dezelfde plaats nooit nieuwe aspergeplanten om
ziekten te vermijden.
(aspergemoeheid).
Opkweek van plantjes:
We nemen een drietal zaden per potje (gevuld met
kompost).
Zaaidiepte = 1 a 2 cm. (zaaien vanaf
eind maart).
We dekken af met een laagje compost
gemengd met wit zand en bevochtigen.
Vervolgens dunnen we de kiemplantjes uit
op 1 stuk. (sterkste behouden).
Tip:
Week het zaad 2 dagen op
voorhand, dit kort de kiemperiode
enorm in en geeft veel meer
slaagkansen.
Eigen gewonnen zaad kan je best
ontsmetten door warmtebaden toe
te passen.
Normale kiemduur is 6 weken,
voorgeweekte zaden ontkiemen in een
3 tal weken.
Kweek de plantjes op in een serre en
snij het loof af omstreeks eind oktober.
Vervolgens planten we het éénjarig
zetgoed op een klaargemaakt bed van
20 cm diep X 50 breed. (Beste periode
hiervoor is begin april).
Controleer hier de klauwen al voor
mogelijke ziekten en of schimmels !
Selecteer enkel de forsere klauwen met
het meest aantal ogen (uitlopers).
Leg 3 klauwen per lopende meter met de
ogen in dezelfde richting.
---> Planten lopen
anders na enkele jaren uit hun plantbed!
een andere mogelijkheid is om ineens 2 jarig plantgoed
aan te kopen en onmiddellijk op hun vaste
plaats te zetten.
Dit heeft 1 groot voordeel, dat we de mannelijke planten kunnen onderscheiden van
de vrouwelijke. (Productiviteit = 1/4 de
hoger bij mannelijke planten).
Vervolgens dekken we de klauwen af met
pure dekgrond, niet met kompost of stalmest
daar deze enkel voor ziekten en
schimmels kunnen zorgen.
Dekgrond:
- het eerste jaar: 7 cm
hoog.
- het tweede jaar:
15 cm hoog
- vanaf het derde jaar:
20 cm en meer
Een zwart plastiek zeil kan over de
bedding gelegd worden om een betere
opwarming te bewerkstelligen. (Dit kan
vanaf maart en vervroegd de oogst met 1 maand).
Het onderdrukt beter het onkruid en
zorgt voor een drogere bodem die
losser is om te bewerken.
Soms wordt er ook met grondverwarming
gewerkt, doch voor de kleine tuinier is
dit qua kosten niet haalbaar.
Reken alvast op een 60 tal planten om
wekelijks asperges te kunnen eten met 4 personen.
Oogstperiode:
- Het eerste jaar blijven de planten onaangeroerd.
- Vanaf het 2de
jaar kan de eerste trek plaatsvinden
tussen eind april en de eerste 2 weken van mei.
- Het 3de jaar tussen eind april en begin juni.
- Vanaf het 4de jaar vanaf mei t.e.m. midden juni.
- Wanneer je in het 12de jaar zit is de plant "op" en
kan er getrokken worden tot zolang de plant scheuten
vormt. (Vervolgens de klauwen opruimen, niet composteren).
Onderhoud:
De planten worden aangeaard door fijn zand, en zodra ze de "kop"
opsteken kunnen ze
gestoken of uitgedraaid worden.
Probeer steeds de volledige stengel te verwijderen,
zodat er geen resten achterblijven
die voor kroonrot of roest kunnen zorgen.
Tip: oogst geen asperges meer vanaf de 4de week van
juni, (tot 21 juni de langste dag)
zodat de plant weer volledig kan uitgroeien, en
zorgen voor de nodige bouwstoffen
voor het komende jaar.
Vanaf eind oktober snij ik het loof af tot op 10 cm van
de grond.
Persoonlijk composteer ik geen loof van asperges, daar
roest, voetziekte en aspergekevers zich
anders makkelijk kunnen voortzetten in de composthoop.
Je zal zien dat het kleine stengeltje na enkele
vriesdagen makkelijk verwijderd kan worden.
Vergeet dit niet te doen, om geen ziekten of schimmels
te krijgen op je nieuwe
ondergrondse uitlopers.
Vervolgens trekken we de bermen terug gelijk met de
grond, om ze in het voorjaar weer op te hopen. We doen dit om een luchtige bodem
te behouden en onkruid te onderdrukken.
Bemesting:
Voorzie de eerste 2 jaar een flinke laag mest in de voren die
zich naast het bed bevinden.
Een goeie mest is paardenmest of koemest die reeds 2 jaar
heeft gelegen.
(Mest mag niet meer ruiken, anders is hij nog niet
volledig omgezet !)
Tip: gebruik vlas i.p.v. stro tussen de mest, dit maakt
het bewerken makkelijker en
houdt de grond ook lichter.
Gebruik de daaropvolgende jaren een goede compost, met
kaliumtoevoeging.
Stikstof is minder noodzakelijk en zorgt eerder voor
kwaliteitsafname en vorming van
mogelijke ziekten en schimmels.
Mogelijke ziekten :
- Aspergevlieg (Platyparea poeciloptera)
- Aspergekever (Criocerissoorten)
- Schimmels
- Voetziekte (Fusarium), kroonrot
- Grijsrot (Gotrytis cinrea)
- Aspergeroest (Puccinia asparagi)
- Violetwortelrot (Rhizoctonia)
- Topsterfte
Witte, groene of paarse ?
Groene asperges zijn bij ons deels inheems en deels import vanuit de V.S.
De witte daarentegen zijn alom te verkrijgen bij onze telers !
De kleur staat niet voor kwaliteit, maar wel voor smaak.
De kwaliteitsklasse daarentegen zit hem in de dikte en lengte van de stengel. Je hebt klasse I, klasse II, klasse Extra.
Witte asperges hebben een iets langere kooktijd nodig, terwijl groene
sneller gaar zijn.
Daar deze bovengronds groeien, hebben ze meer nutriënten en vitaminen in
zich, dan de
ondergrondse. (Hier is er trouwens nog geen sprake van fotosynthese en opbouw
van bladgroen).
Groene asperges bevatten een hoger gehalte aan vitamine A en C en zijn
minder vezelachtig.
Voedingswaarden:
Bestaat uit 94 % water, 3 % koolhydraten, 1 % eiwitten,
16 % calorieën.
Verder bevatten ze vitaminen A, B, C,
kalium, calcium, ijzer, vezels.....
Keuken:
Asperges worden geschild gebruikt. (Groene niet indien vers
gebruikt).
Het schillen gebeurt van "kop naar voet" met een
aspergeschillertje.
Het bruikbare stuk onderscheidt zich makkelijk van het taaie
voetje, door middel van wijsvinger en duim
te gebruiken en de asperge te "plooien". Het "kritieke" punt
is daar waar de asperge breekt.
Gooi de schillen en resten van de groente nooit weg, maar
gebruik ze eventueel als smaakmaker voor
de soep.
Verder zijn andere toepassingen gekend:
- Asperges in bladerdeeg (als voorgerecht).
- Asperges met kaassaus gegarneerd met hard gekookte eieren
in stukjes geprakt.
- Asperges gebakken of gekookt in eiergerechten.
- enz...
Je kan asperges een tijdje bewaren in de koelcel, maak
hiervoor gebruik van een vochtige keukendoek
en wikkel ze hierin. Hier geldt de boodschap hoe koeler hoe
beter.
Asperges die een tijdje gelegen hebben kunnen zuurder van
smaak worden.
Snij ze aan de voet af en leg ze een tijdje in water zodat ze
zich weer kunnen volzuigen.
Het zou mogelijk zijn ze in te vriezen (na het blancheren),
doe dit dan met het kookvocht erbij.
Al bij al is het een excellente groente die ietwat duurder is,
maar gezien de
intensieve uren die men moet investeren en de grond die het
ganse jaar bezet blijft maakt dat
deze asperge een culinair hoogstandje is.